Een knuffel

Foto van Gerbrig Deinum
Gerbrig Deinum

Schrijver & inspirator

Ze laat me niet los.

Ik zit naast haar op het ziekenhuisbed, maar ze trekt me steeds dichter naar zich toe. Uiteindelijk liggen we samen op het smalle matras, onze armen om elkaar heen.

Ik strijk door haar haren. ‘Weet je wel hoe mooi je bent?’ vraag ik.

Ze reageert er niet op. Het enige wat ze eindeloos blijft herhalen, is dat het haar spijt.

Dat het haar zo verschrikkelijk spijt wat ze haar vader heeft aangedaan.

Het is een prachtige, zomerse zondagavond. Eigenlijk zou ik hier maar een half uurtje blijven. Dat had ik mijn vriend beloofd. We hebben de afgelopen week weinig tijd voor elkaar gehad en willen straks nog samen uit eten, aan het strand.

Maar nu lig ik hier, naast een meisje van zeventien dat hondsberoerd is van alles wat ze heeft gebruikt.

Haar vader, een goede vriend van mij, woont aan de andere kant van Nederland en kan niet zo snel hier zijn.

Zijn dochter is gevonden.

Ze was bijna twee weken vermist.

Of ik misschien even naar haar toe wil gaan.

Om haar een knuffel te geven.

Wanneer hij mij vertelt wat er gebeurd is, krimpt mijn hart ineen. Het is de nachtmerrie van iedere ouder.

Ze was weggelopen uit de instelling waar ze verbleef om aan zichzelf te werken. Na twee maanden clean te zijn geweest, had ze in een onbewaakt ogenblik haar kans schoon gezien en was ze vertrokken. Met niet meer dan een paar kledingstukken die ze in de haast in een tas had gepropt.

Op straat had ze een paar jongens aangesproken die drugs gebruikten. Ze vroeg of ze ook iets mocht hebben.

Een van hen beloofde haar een plek om te slapen. Met de trein reisden ze zonder kaartje naar de andere kant van het land, naar de stad waar ik woon. Eenmaal daar bleek dat hij helemaal geen huis had. Hij was dakloos.

Het werd slapen op een bankje in het park.

Bijna twee weken lang wist niemand waar ze was. Tot ze een vreemde aansprak en vroeg of ze zijn telefoon mocht gebruiken om haar vader te bellen.

Haar papa. Haar grote held.

Ze vertelde hem dat hij zich geen zorgen hoefde te maken. Alles ging goed met haar.

Maar haar vader vertrouwde het niet en belde het nummer terug.

De man vertelde waar hij haar had gezien. Dankzij die aanwijzing vond de politie haar.

En nu ligt ze hier.

Een hulpeloos hoopje ellende op een ziekenhuisbed.

Maar door alle ellende heen zie ik ook iets anders. Zie ik wie zij werkelijk is. Een lieve, pure jonge vrouw. Beeldschoon.

Ik ken haar van vroeger, toen ze nog klein was. Hoewel ik haar zeker zeven jaar niet heb gezien, herkent ze mij meteen.

We bellen haar vader. Op het scherm van mijn telefoon verschijnt zijn gezicht.

Het gesprek is bijna surrealistisch. We praten over koetjes en kalfjes. Alsof dit een gewone zondagavond is. Alsof zij niet twee weken vermist is geweest. Alsof hij niet aan de andere kant van het scherm kapotgaat van binnen.

Maar op dit moment kunnen we niets.

Een knuffel is alles wat ik haar kan geven.

Ik blijf.

Het halve uur gaat voorbij. Daarna nog een uur. En nog een.

Het strand moet wachten.

Ik laat haar niet los.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *