Een sprookje

sprookje over een vlinder
Gerbrig Deinum
Gerbrig Deinum

Schrijver & inspirator

Dit sprookje werd geschreven door Sjoukje de Boer.

Sjoukje is super creatief als regisseuse, actrice en zangeres. Maar ook een zeer getalenteerd schrijfster. Lees dit fantastische sprookje dat ik na afloop van een training van haar kreeg ter afscheid:

Een sprookje voor Gerbrig

Er was eens een olifant. Een sterke olifant die stevig met zijn poten in de aarde stond. Met zijn kop stond hij naar de zon gericht, zijn slurf waaiend in de wind. Het was lente.

Bovenop de olifant zat een vlindertje. Het vlindertje zat er al een hele poos. Ze was ooit geland op de rug van de olifant omdat ze bang was. Bang voor de harde wind, de felle zon en de zware regen. Met haar pootjes om de haren van de olifant geklemd hield ze haar stevig vast. Al maanden zo hobbelend met haar oogjes dicht.

‘Kom’, zei de olifant, ‘het is tijd om te gaan. De zon schijnt, het is prachtig. Je vleugels zijn nu sterk genoeg om te vliegen. En je voelsprieten doen het goed.’

‘Nee’, piepte de vlinder. Ik ga niet. Ik ben bang. Ik weet de weg niet, straks verdwaal ik. Ik ken er niemand. Ik blijf hier op deze plek. Bij jou.’

Olifant schudde zijn hoofd. ‘Vlinders horen te vliegen’, mompelde hij. ‘Het is mooi. Prachtig zelfs. De zon is nog nooit zo geel geweest. Het gras nog nooit zo groen. De wolken zijn vandaag figuurtjes. En de lucht is zo zacht als de haartjes op mijn rug.’

Vlinder streek met haar pootje langs de haren van de olifant en moest een beetje gniffelen. Zoiets zachts had ze nog nooit gevoeld. ‘Dat kan niet’, riep vlinder vastberaden. ‘En ook als het wel kan, dan nog blijf ik hier.’

‘Vertel me je uitzicht vanaf daar’, vroeg de olifant. ‘Is dat wat jij ziet dan net zo mooi als dat wat ik je net heb gezegd?’

Vlinder dacht diep na en zuchtte. ‘Dat weet ik niet’, zei vlinder, ‘ik heb eigenlijk altijd mijn ogen dicht. Wel kan ik je zeggen hoe het voelt. Je haren zijn zacht en stevig. Maar je rug is een beetje ruw. Ik kan je groeven tellen. Het zijn er best een boel. Ik kan me er fijn in verstoppen. Ook ben je lekker warm en vind ik het leuk als je heen en weer wiebelt. Dat voelt dan een klein beetje als vliegen.’

Olifant rolde zijn slurf uit en krabde achter zijn oor. Echt vliegen is toch veel leuker? ‘Het is niet eng, je moet gewoon ergens beginnen. Kom, klim op mijn slurf en voel de wind.’

Vlinder, die nu stiekem toch een beetje nieuwsgierig was geworden, deed voorzichtig één oogje open. Langzaam stak ze één pootje in de lucht. Tot haar verbazing voelde de wind inderdaad een beetje zacht. ‘Kom’, zei olifant, ‘je kunt het wel.’

Vlinder klom voorzichtig op de slurf die olifant naar haar uitstak. Met nog steeds één oog dicht trippelde ze richting het topje. Olifant strekte zijn slurf totdat hij niet verder kon.

‘Ik vind mezelf dapper’, besloot vlinder, ‘dat ik dit al durf.’ ‘Tuurlijk durf je dat’, zei olifant. Samen keken ze naar de geelste zon en het groenste gras, de figuurtjes in de lucht en lieten ze zich aaien door de wind.

‘Ik denk dat ik het nu niet meer eng vind’, zei vlinder. Ze spreidde haar vleugels en rechtte haar rug, maar bedacht zich toen. Even werd het stil.

‘Zie ik je dan nooit meer?’ vroeg de vlinder met een piepklein brokje in de keel.

‘Als je een rug nodig hebt’, sprak de olifant. ‘Als je een rug nodig hebt.’

Er heerste een zacht briesje en de vlinder liet los.

Sjoukje

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *