Ieder mens heeft recht op gelijke behandeling.
Het bord staat half verscholen tussen de planten in een tuin in Amsterdam-Oost.
Ik ben er met de Caravan of Love Amsterdam, een community waarmee we op expeditie gaan door Amsterdam-Oost. We bezoeken bijzondere plekken, projecten en vooral mensen die iets bijdragen aan hun buurt.
Deze keer zijn we te gast bij Rens van der Linden, de ‘groendoener’ van de Indische Buurt. Hij zet zich al jaren in voor biodiversiteit en vergroening in de buurt.
Zijn tuin heeft hij grotendeels laten verwilderen. Overal groeit en bloeit iets. Tussen het groen staan kunstwerken.
En dan valt mijn oog op dit bord.
IEDER MENS HEEFT RECHT OP GELIJKE BEHANDELING
Tussen al die planten en kunstwerken raakt juist deze eenvoudige zin voor mij aan iets wezenlijks.
Iedereen gelijk voor de wet
Het doet me denken aan artikel 7 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
Iedereen is gelijk voor de wet en heeft zonder onderscheid recht op gelijke bescherming door de wet.
Het klinkt vanzelfsprekend.
Dezelfde regels en dezelfde rechten voor iedereen. Het maakt niet uit wie je bent, waar je vandaan komt, wat je gelooft, hoeveel geld je hebt of welke positie je inneemt.
Voor de wet is ieder mens gelijk.
Maar zodra je gaat nadenken over wat gelijke behandeling in de praktijk betekent, wordt het ingewikkelder.
Want betekent mensen gelijk behandelen ook dat je iedereen precies hetzelfde moet behandelen?
Gelijk is niet altijd hetzelfde
Stel dat twee mensen precies dezelfde ondersteuning krijgen, terwijl de één daarmee prima verder kan en de ander vanwege zijn omstandigheden helemaal niet.
Zijn ze dan gelijk behandeld?
Op papier misschien wel.
Maar is het ook rechtvaardig?
Soms vraagt gelijkwaardigheid juist om verschil. Niet omdat de één meer waard is dan de ander, maar omdat mensen nu eenmaal niet vanuit dezelfde positie beginnen, niet dezelfde mogelijkheden hebben en niet tegen dezelfde problemen aanlopen.
Dat spanningsveld kom ik ook tegen in mijn dagelijkse werk bij de gemeente Amsterdam.
Ik werk binnen het sociaal-juridische domein. Wetten, regels en beleid zijn daar onmisbaar. Ze beschermen burgers ook tegen willekeur: de overheid kan niet bij de ene persoon zomaar iets anders doen dan bij de andere.
Tegelijkertijd past een mens niet altijd precies binnen een regel.
Daarom wordt er gezocht naar maatwerk waar dat juridisch mogelijk en passend is. En juist daar ontstaat spanning. Want hoe houd je ruimte voor de omstandigheden van één mens, zonder dat gelijke gevallen ongelijk worden behandeld? Wanneer is verschil rechtvaardig en wanneer wordt het willekeur?
Dat zijn geen theoretische vragen. Onze juristen houden zich daar iedere dag mee bezig. Met bezwaren, besluiten en juridische adviezen. Met wat rechtmatig is — maar ook met wat een regel betekent voor de mens op wie die wordt toegepast.
Misschien zit daar wel een van de moeilijkste opdrachten van het recht:
Iedereen gelijk behandelen zonder uit het oog te verliezen dat ieder mens anders is.
De mens achter de regel
Misschien gaat de tekst op dat bord in de tuin van Rens uiteindelijk niet alleen over regels.
Ieder mens heeft recht op gelijke behandeling.
Het zegt ook iets over hoe we naar elkaar kijken.
We verschillen van elkaar. In afkomst, geloof, mogelijkheden, karakter, overtuigingen, talenten, beperkingen en levensverhalen.
Maar onder al die verschillen ligt iets waarin we wél gelijk zijn.
Onze waarde als mens hangt niet af van wat we kunnen, wat we bezitten of tot welke groep we behoren.
Misschien raakt het aan onze intrinsieke waarde.
Aan de kern — of de ziel — van wie we zijn.
Dat is niet iets wat de wet ons kan geven. De wet probeert het alleen te erkennen en te beschermen.
En misschien is dat wel waar artikel 7 uiteindelijk aan raakt: dat we alle verschillen tussen mensen kunnen zien, zonder dat die verschillen bepalen hoeveel iemand als mens waard is.
We hoeven niet hetzelfde te zijn om gelijkwaardig te zijn.




