Onbereikbaar

onbereikbaar
Gerbrig Deinum
Gerbrig Deinum

Schrijver & inspirator

“Wat heb ik daar altijd naar verlangd: iemand die mij kust en van me houdt”.

Ze schrok van zijn uitspraak. Die had ze niet zien aankomen. Het voelde alsof alle pijn uit zijn leven erin besloten lag.

Gedurende een half uur hadden ze zwijgend naast elkaar gezeten op het terras. Omdat er geen passende woorden waren om de stilte te vullen. Niets, maar dan ook niets had ze kunnen bedenken om tegen hem te zeggen.

Ze keek expres niet opzij. Zijn opmerking daalde als een zware nevel op haar neer. Gaf uiting aan de eenzaamheid die hem had doen vertragen en tenslotte tot stilstand had gebracht in zijn eens zo betekenisvolle leven. De klanken van zijn bittere woorden zetten zich vast in haar lijf en waren de opmaat naar een nieuwe, pijnlijke stilte.

Daar zaten ze, in een waterig zonnetje, op een Amsterdams terras. Waar mensen om hen heen neerstreken en hardop plannen maakten voor het weekend. Gezellig keuvelende mensen die de laatste roddels met elkaar uitwisselden. Jongeren die lacherig tegen elkaar aan schurkend, de warmte opzochten in de vroege voorjaarszon.

Zwijgend hadden ze al die tijd naast elkaar gezeten. Afgunstig had hij vanonder zijn frons de vrolijkheid om hen heen gadegeslagen. Hoe het leven gevierd werd door de mensen. In een universum dat zich in een andere dimensie leek af te spelen. Een wereld die hij nog wel kon aanschouwen, maar niet meer wist te bereiken.

Schuin voor hen nam een verliefd stelletje plaats op een van de laatste vrije stoelen. Hun ogen lieten elkaar geen seconde los. Het meisje boog zich naar de jongen toe om teder een warme kus op zijn lippen te planten.

Tevergeefs had zij geprobeerd haar ogen af te wenden om dit ongemakkelijke tafereel te ontwijken. “Dat hadden wij kunnen zijn”, dacht zij. “In een ander leven. Maar nu is het te laat.”

Ze had er alles voor over gehad om te voorkomen dat hij het ook zou zien. Zijn versomberde blik werd er echter als een magneet naar toe getrokken en ontlokte hem die ene opmerking, als een indirect verwijt aan alle vrouwen die hem ooit hadden liefgehad.

Ze dacht terug aan dat kortstondige moment, niet eens zo lang geleden, waarop zij haar handen naar hem had uitgestoken en hij geweigerd had ze in de zijne te nemen. Ze was er klaar voor geweest om zijn wonden te verzachten. Ze had nieuwe herinneringen met hem willen maken en hem aan het lachen willen maken om niemendalletjes.

Haar montere optimisme was te veel geweest voor hem. Zijn problemen waren te complex om iemand anders toe te laten. Met haar een nieuwe toekomst postuleren had hij geen kracht meer voor.

Sterker was het verlangen om onder te duiken en zichzelf vast te ketenen in spijt. Die weg was tenminste solide ook al ging die naar beneden. De laatste periode had hij zich van alles teruggetrokken. Hij had zijn vermoeide, afgetobde hoofd onder de dekens begraven, om zichzelf te verdoven en alles te vergeten.

Onverwacht had ze aangebeld. Had hem van zijn bed gesleurd en tegen hem geschreeuwd dat hij moest vechten. “Sta op en ga mee naar buiten! Ik heb van je gehouden godverdomme! Doe het voor mij!”

Onverschillig had zijn lichaam tenslotte aan haar gedram gehoor gegeven en was hij als een mak lam achter haar aangelopen, richting zijn oude stamcafé.

Het café waar hij zich altijd heer en meester had gevoeld. Waar hij het leven naar zijn hand had gezet. Waar mensen tegen hem op hadden gekeken omdat hij iets betekend had voor de wereld. Waar hij zijn veroveringen mee naar toe had genomen en zoveel bewondering had geoogst vanwege zijn welbespraaktheid en intellect. Het leken beelden uit een film van lang geleden.

De serveerster bracht de rekening. Zij betaalde, terwijl haar gedachten een sprongetje vooruit namen naar de avond. Naar haar nieuwe liefde. Naar het grote geluk dat haar onverwacht had meegevoerd in een gepassioneerde reis richting de toekomst.

Hoe wrang om deelgenoot te zijn van deze twee totaal tegengestelde werelden. De peilloze diepte van spijt over wat had kunnen zijn en de belofte van eindeloos geluk. Het verschil tussen levend dood zijn en oneindig voortbestaan. Hoe dun was die grens.

Ze gingen elk hun eigen kant op. Hij sjokte terug naar huis. Naar zijn lege appartement dat volhing met onverteerbare gedachten. Naar bed. Morgen zou ze weer langskomen, had ze beloofd.

 

 

 

1 gedachte over “Onbereikbaar

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *