‘De perfecte relatie bestaat niet,’ zegt mijn moeder. ‘Het is altijd geven en nemen. Ik denk dat jij te veel verwacht. Accepteer gewoon hoe het is.’
Ik staar voor me uit en zwijg.
Dit is haar gangbare reactie wanneer ik mijn problemen en gevoelens met haar probeer te bespreken. Ze wil zich er niet mee bemoeien, en er geen mening over geven.
Het siert haar dat ze geen partij wil kiezen. Maar ook al kan ze het niet voor mij oplossen, ik zit met een dilemma, waar ik al jaren mee worstel. Waar ik met haar over wil praten, van vrouw tot vrouw.
Vijftig
Het is september, drie maanden nadat ik vijftig ben geworden.
Ik weet: het is maar een getal. Ik baal van mezelf dat het zoveel met me doet, maar voor mij voelt het als een kantelpunt. Alsof ik precies op de helft ben van mijn leven.
De eerste helft zit erop.
Wat ga ik doen met de tweede helft? spookt voortdurend door mijn hoofd. Wil ik zo doorgaan?
Ik stel me voor hoe het zal zijn als ik tachtig ben. Zal ik dan terugkijken met spijt? Niet omdat ik verkeerde keuzes heb gemaakt, maar omdat ik de juiste niet heb durven maken?
Ben ik gelukkig?
Ogenschijnlijk en vanaf de buitenkant gezien heb ik het in mijn leven voor elkaar. Een huis aan het water, een gezin, leuke baan, mijn eigen inkomen. Alles waarvan ik vroeger dacht dat het me gelukkig zou maken.
Waarom voelt het dan zo anders?
Ik kijk eerlijk naar mijn leven tot nu toe. Naar mezelf. Naar mijn relatie.
Wil ik met hem oud worden?
Wil ik doorgaan in een relatie die voor mij voelt als een compromis? Waarin we allebei water bij de wijn doen en daardoor niet echt het leven leiden dat past bij wie we zijn?
Zou hij het ook zo voelen? Of heb ik dat alleen?
Waarom durf ik niet vol te gaan voor wat ik nog wil bereiken?
Ik voel me belemmerd.
Omdat ik weet dat wat ik diep van binnen verlang niet in zijn ideale plaatje past.
Omdat het doodeng is om mijn gedachten werkelijkheid te laten worden.
Omdat ik anderen misschien pijn moet doen.
Omdat blijven soms veiliger voelt dan gaan.
Dus probeer ik te zijn wie ik denk dat ik moet zijn.
Grootste barrière
Het zou te makkelijk zijn om hem de schuld te geven van dat wat ik niet geworden ben.
Diep van binnen weet ik: de grootste barrière ben ikzelf.
Ik heb het gevoel dat ik vastzit. In een patroon dat ik zelf in stand houd.
Verwacht ik inderdaad te veel van een relatie? Heeft mijn moeder misschien gelijk?
Ik denk terug aan hoe ik in mijn jeugd ooit besloten heb om het nooit zo ver te laten komen in een relatie. Liever geen relatie dan een relatie waarin ik niet kan zijn wie ik ben.
Vijftig.
Is het te laat om te veranderen? Kan het roer nog om?
Ik heb geen keus.
Het is nu of nooit. Het roer móet om.
Liever op mijn bek terwijl ik ervoor ga, dan op mijn sterfbed spijt te hebben van alles wat ik niet heb gedaan.
Het roer gáát om.




