Vijftig – op de helft

vijftig
Gerbrig Deinum
Gerbrig Deinum

Schrijver & inspirator

“De perfecte relatie bestaat niet”, zegt mijn moeder. “Het is altijd geven en nemen. Ik denk dat jij teveel verwacht. Accepteer gewoon hoe het is.”

Ik staar voor me uit en laat het onderwerp verder rusten. Dit is haar gangbare reactie wanneer ik mijn problemen en gevoelens met haar probeer te bespreken. Ze wil zich er niet mee bemoeien, en er geen mening over geven. Het siert haar dat ze geen partij wil kiezen. Maar ook al kan ze het niet voor mij oplossen, ik zit met een dilemma, waar ik al jaren mee worstel. Dat ik met haar wil delen, van vrouw tot vrouw.

Het is september 2012, drie maanden nadat ik vijftig ben geworden. Ik weet, het is maar een getal. Ik baal van mezelf dat ik er zo op blijf hangen, maar ik vind het echt een dingetje. Het voelt alsof ik precies op de helft ben van mijn leven.

De eerste helft van mijn leven zit erop. “Wat ga ik doen met de tweede helft?” gaat er door mij heen. Wil ik zo doorgaan?

Ik stel mij voor hoe het zal zijn als ik tachtig ben. Zal ik dan achteromkijken en spijt hebben van alles wat ik niet heb gedaan? Al die dingen waarvan ik voel dat het er niet uit komt maar dat het er wel in zit? En waarvan ik diep van binnen vind dat ik er voor zou moeten gaan?

Ben ik gelukkig? Wat is geluk eigenlijk?

Ogenschijnlijk en aan de buitenkant heb ik alles voor elkaar. Een mooi huis, leuke kinderen, goed betaald werk. Niet de perfecte relatie, nee. Maar in theorie heb ik alle mogelijkheden om te doen wat ik wil. Waarom kan ik mij dan niet gelukkig voelen?

Ik kijk eerlijk naar mijn leven tot nu toe, en naar de man, die ik trouwde. Wil ik met hem oud worden? Wil ik doorgaan in een relatie die ik het beste omschrijf als een compromis? Omdat we beide water bij de wijn doen en ieder van ons niet echt het leven leidt dat past bij wie we werkelijk zijn? Zou hij het ook zo voelen? Of ben ik het alleen die het zo ziet?

Waarom durf ik niet vol te gaan voor wat ik zelf wil bereiken? Hij zegt mij alle vrijheid te geven en toch voel ik mij belemmerd. Omdat ik bang ben voor zijn oordeel als ik doe wat ik werkelijk wil.

Het zou te makkelijk zijn om hem te verwijten dat ik niet de persoon ben geworden die ik wilde zijn. Diep van binnen weet ik dat ik zelf de grootste barrière ben. Dat ik mezelf klein houd, dat het aan mijzelf ligt. Dat ik eigenlijk wel weet wat ik moet doen, en waar ik naar toe wil. En het desondanks niet doe. Maar waarom eigenlijk? Is het angst, een gebrek aan lef, of heb ik het gewoon opgegeven?

Verwacht ik echt te veel van een relatie zoals mijn moeder zegt? Ik denk terug aan mijn jeugd en mijn beslissing dat ik het nooit zo ver zou laten komen in een relatie. Liever geen relatie dan een compromis-relatie.

Vijftig. Is het te laat om te veranderen? Kan het roer nog om?

Ik heb geen keuze. Het roer moet om. Liever op mijn bek en ervoor gaan, dan op mijn sterfbed spijt te hebben van alles wat ik nagelaten heb om te doen.

Het roer moet om.

Het roer gaat om.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *